Ted Winkel (83), laat ik eerlijk zijn, ik kende de man niet. Totdat hij op het Dutch Festival of Magic in 2019 van ex- president Jasper Oberon van de N.M.U. de Gouden Speld opgespeld kreeg. “Ik heb een aantal medailles verzameld maar deze had ik nog niet…” Ted refereerde daarbij aan zijn medaille-act waar hij beroemd mee is geworden. Ik zocht Ted op in Velsen voor mijn interviewreeks ‘De weg naar het podium met…’. Op mijn close-up mat 14 medailles met op de achterkant een vraag.


Uitreiking Gouden Speld door Jasper Oberon DFM mei 2019
Oorkonde en juryrapport

We bevinden ons in de ‘magician cave’ van Ted. Aan de wand prijkt de oorkonde van de Gouden Speld in een mooie lijst.

“Ik was echt stomverbaasd toen ik op het podium werd gevraagd”, vertelt Ted. “Ik ben er tenslotte helemaal uit en kijk langs de zijlijn mee. Aanvankelijk waren de spelden genummerd waarbij de eerste speld in 1980 postuum voor Fred Kaps gereserveerd bleef. En als je nu die lijst met grote namen ziet dan denk je: ja mooi om daar nu ook bij te horen”. In de jaren 1992 tot 1998 zat Ted in het NMU-bestuur en was vijf jaar de President. “Ik ben destijds gevraagd en dat doe je dan gewoon”, zegt Ted gedecideerd. Ook was Ted een groot aantal jaren voorzitter van goochelvereniging ‘Hands Down’ en ‘De Zwarte Muze’ en de IBM- Fred Kaps Ring. “Ik vertegenwoordigde Nederland soms op congressen en festivals en heb mij altijd ingezet om de goochelkunst op een hoger plan te krijgen.”


1988 Met Hands Down in het Stan Huygens journaal n.a.v. een Diner Magique door Hands Down georganiseerd. Ted derde van links, Eric Eswin in het midden.

Mijn close-up tafel heb ik ingericht. Daarop 14 medailles met op de achterkant een vraag. Mijn magicians choice zorgt ervoor dat Ted de eerste vraag pakt die de creatieve opzet van het interview verklaart.


Een medaille- interview met op de achtergrond een ladenkast boordevol props, gimmicks en mappen.

Hoe is die befaamde medaille- act tot stand gekomen?

“De act van het medaillenummer kent een lange voorgeschiedenis. Ik begon met het gewone goochelen. Maar ik had een liefde voor de manipulatie, het echte handwerk. Eerst met bekend materiaal (balletjes, kaarten, munten), maar daarna met horloges. Niet echt nieuw in de manipulatie maar alleen met horloges en klokken wel. Mijn repeatgag was dat mijn polshorloge iedere keer weg was. Door met deze act bezig te zijn, kwam je tot nieuwe grepen en effecten. Later heb ik deze act uitgewerkt met wekkers.

Op een gegeven moment ben ik even gestopt. Ik was net getrouwd en ik had het echt ontzettend druk van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat met mijn dierenartspraktijk. Zo druk dat ik iets overwerkt was. Een vriend van mij was psychiater en zei: “Kan je er niet iets naast doen?” Ik zei dat ik daar geen tijd voor had, maar dat vond hij onzin. Pak je hobby weer op maar voer het uit alsof het je beroep is. Dan wordt je beroep weer je hobby. Een goed advies!”

Met medailles kun je goed manipuleren
“Toen heb ik de draad weer opgepakt. Letterlijk want ik ging met telefoondraad en telefoons aan de slag. Alleen lukte het niet er een echt goede act van te maken. In 1967 kreeg ik een nieuwe ingeving op een congres in Baden Baden. Ik loop daar te wandelen en zie een zaak met allemaal medailles en dacht: dat is het! Medailles zijn niet zo groot, dus manipulatief goed te doen. Het heeft een ‘audience appeal’, want met medailles heeft iedereen wel wat. En je kunt er iets geks meedoen. Het past goed bij me. Ik ben een beetje statig, een beetje stijf op het toneel en was vroeg grijs. Maar in mijn rokkostuum voelde ik mij echt op mijn gemak. Bij de ontwikkeling van de act ben ik denkbeeldig in de zaal gaan zitten en liet mijn gedachten de vrije loop: er komt iemand op en wat vind ik nou leuk om te zien? Er verschijnen medailles, maar waarom? Hoe komt dat? Wat doet hij daarmee? Waardoor heeft hij die gekregen? Dus eerst kijken wat leuk is en daarna pas nagaan met wat voor effect dat is te realiseren. Dat maakte het een sterk nummer. Het onderwerp sprak het publiek aan en het zag er mooi uit met het licht en de bewegingen. Daar wordt vaak geen aandacht aan besteed. Als je een truc hebt dan zou je je daarachter kunnen verschuilen. De truc is uit te vinden wat het publiek mooi vindt. Maar ik zie dat anders: het gaat om jou. De truc is een ‘smoes’ om op het toneel te staan. They like your tricks if they like you!”


“Ik ben drie jaar intensief met de medaille act aan de slag gegaan. Helaas was ik in 1970 niet klaar voor het FISM-congres in Amsterdam. Maar het jaar daarna werd ik in Valkenburg congreswinnaar op het NK. Later won ik de Grand Prix in België. Bill Larson van the Magic Castle zag me optreden en nodigde me uit. Zo kwam de bekendheid want deze act was gewoon iets heel anders.”


Aankondiging in de Magic Castle.
Door Kiwani’s georganiseerde galashow met o.a. Pierre Brahma.

Je stond en wellicht staat bekend om je adviezen. Wat is het beste advies dat je een goochelaar hebt gegeven en zelf hebt gekregen?

Ted begint hard te lachen. “Een mooie vraag maar daar ben ik ook van terug gekomen. Het beste advies dat ik heb gekregen is geen advies geven. Ik ben wijs geworden. Maar dat zal vast meer mensen bekend voorkomen. Maar als iemand het vraagt geef ik advies. Het beste advies ooit? Ik zou het echt niet weten.”


Congresfolder van Las Vegas

Was je vroeger een prijzenjager, een winner?

“Nee, ik ben geen winner. Ik heb heel wat prijzen gewonnen met goochelen, maar ik denk dat je een betere winnaar bent wanneer je door je optredens veel gevraagd wordt. Dat geeft de waarde van je als entertainer. Op congressen en festivals zie je soms goochelaars een act vertonen die zij zelf leuk vinden. Ze houden dan geen rekening met wat een toeschouwer leuk vindt. Ik heb aan verschillende FISM’s meegedaan met verschillende acts, maar nooit een prijs gewonnen.”


Een prijzenkast vol mooie herinneringen.
Museumkast met attributen. Voor het merendeel uit een goocheldoos van rond 1840.
Samen met Ger Copper de grote winnaars in Schoorl

Ik probeer Teds bescheidenheid toch een beetje te doorbreken. Vindt hij het achteraf niet heel erg jammer is dat hij geen grote prijs op een podium heeft gewonnen? Zoals Niek Takens, tweede met zijn manipulatieact op het EK in 2017?”. Ted neemt even een pauze. “Ach, je kunt ook terugkijken en denken wat heb ik allemaal gehad en meegemaakt dankzij dat nummer. Niek heeft zijn eigen stijl. Niek maar ook Dion, het zijn geweldige artiesten. Altijd bezig, ze zitten nooit stil. Als kind niet en nu nog niet. Maar daar zijn er maar weinig van. Kinderen hebben zoveel hobby’s. De rust om te gaan zitten om een truc te gaan doen, drie jaar lang oefenen voor er resultaat is. Dat is er vaak niet bij.”

Als president van de NMU wilde je meer aandacht voor de jeugd in de goochelwereld. Tegenwoordig is het aantal verenigingen met een jeugdafdeling op een hand te tellen. We geven het goochelstokje bijna niet meer door. Het begin van het einde?

“We zijn destijds als NMU-bestuur begonnen met jeugdweekenden (er bestond al een jeugdconcours in Hoogeveen in het begin georganiseerd door Martin Schönfeld (Martin Tonelli) van goochelvereniging Passe Passe. Later kwamen daar de NBG met Co Voerman en Bert Visser bij. Dat was het jeugdcongres. Als bestuur vonden we dat er ook een close up weekend moest zijn. Na een aantal jaren is dat samengegaan in het Jeugdconcours Hoogeveen en nu in Meppel. Het volgende NMU bestuur met o.a. Wim Bos heeft daar een goed vervolg aan gegeven. En inmiddels zijn deze weekenden succesvol in Lunteren mede dankzij Kees Ros. En dat is nu zo mooi om te zien. De jeugd die gesupport wordt door de NMU, vakmensen die ze helpen en ze overal kunnen ze hun kennis vandaan halen. Dat hadden we vroeger niet. We hadden eens in het jaar het Goochelcongres en omdat het zo lang duurde heeft Triks de studiedag bedacht (Vermeyden was een slimme vent). Daar kwam half goochelend Nederland op af, je zag elkaar weer een keer en daar leef je mee en voor. Verder moest je het zelf uitzoeken. We zaten dan met een groep jongeren te kijken en overleggen over een kaart en elastiekjes en paperclips. Nu zie je ze soms op hun mobiel zitten ergens achteraf en dan denk ik “Ga toch de zaal in, daar gebeurt het.”


Ted’s eerste goochelboekje, gekregen bij de padvinderij. Het boekje zat oorspronkelijk bij Quaker Oats havermout.

“Bij een aantal verenigingen zijn er gelukkig nog jeugdleden en enthousiaste leden die lessen geven en begeleiden bij het tot stand komen van een act. Presentatie is belangrijk maar ook het licht, muziek en parlando. Dat wordt vaak verwaarloosd. Daar kan een vereniging je bij helpen.

Goochelen onder de jeugd is populair. Dat zie je op het internet en tv met o.a. Victor Mids. Een geweldig uithangbord. Daar zitten vast een aantal talenten tussen. Alleen hoe moet je die bereiken als vereniging of NMU? Ik herinner mij nog Larry Parker, een geweldige Engelse goochelaar. Ik praatte met hem over de jeugd en hoe deze naar je vereniging te krijgen. Hij vond dat onzin, -waarom doe je dat? De jeugd zoekt dat zelf wel uit. Ze moeten vanuit eigen motivatie met het goochelen aan de slag gaan. En als ze dat willen dan komen ze vanzelf wel. En met alleen maar stimuleren krijg je kinderen die denken dat ze wat zijn. Je moet ze activeren maar zelf verder aan de slag laten gaan. Het moet in je zitten wil het eruit komen. Daarom komen Niek en Dion zo ver, die zijn áltijd bezig!”

In 1997 werd door MKCN een Nieuwjaarstreffen georganiseerd. De Zwarte Muze verzorgde op eigen initiatief het middagprogramma. Een samenwerking tussen verenigingen. Zou dat niet meer de toekomst moeten zijn om als vereniging te overleven?

“Ja dat zou een goed idee zijn. Dat was een idee van Kees Schoonenberg. Dat stimuleert en dat maakt het makkelijker dan aan één vereniging vragen iets te organiseren. Later is dat opgepakt voor het Nieuwjaarstreffen maar de laatste jaren organiseert Leo Smetsers iets rond die tijd waardoor de NMU voor dit evenement overbodig is. Het gaat er niet om de traditie door te zetten. Traditie is ‘het vuur brandende te houden en niet het as te bewaren’.”


1994 samen met Hans Klok en Richard Ross bij de uitreiking van de Fred Kaps award aan Marconick.
1994 samen met de legendarische Lance Burton na een show.
Ted samen met o.a. Slydini.

“Doelstellingen van de NMU zijn de onderlinge verhoudingen vast te houden en de goochelkunst te bevorderen, dát is de essentie. Die verbinding zit o.a. in de Informagie en het is heel jammer dat dit digitaal is geworden. Lezen in je stoel kan niet meer. Dat kan alleen nog achter de computer. Organiseer één congres maar niet met allerlei dingen daarom heen die ook goochelwinkels (kunnen) oppakken. Beperk je tot het concours en eventueel daarbij nog een coaching dag daarvoor of daarna. Dat wordt het ook goedkoper allemaal zodat de liefhebbers van de magie niet wegblijven. Feit is dat grote goochelaars in Nederland niet meedoen dus je moet het concours steeds meer zien als springplank voor jonge goochelaars. En wil je naar het FISM dan zul je toch mee moeten doen. Dat is een prima zet.”

Wat maakt een verhaal voor een truc of act een goed verhaal?

“In mijn lecture note ‘Logic in magic’ staat het beschreven. Een act bestaat uit een aantal magische effecten die elkaar opvolgen als een geheel, als een verhaal. Te vergelijken met muzieknoten die een melodie vormen.

Soms zie je dat goochelen een herhaling van zetten is. Bijvoorbeeld met balletjes. Eén balletje worden er twee en dan weet iedereen dat er een derde en vierde komt tot er geen plaats meer is tussen je vingers. Misschien nog een balletje uit je mond. Dat is het dan. Maar dan is de verrassing weg. Goochelen is verbazen en amuseren. Ik weet niet wat de entertaimentwaarde van veel balletjes is…”


Cover lecture note in 3 talen

“Ook logica is erg belangrijk. Logica in een verhaal staat voor mij op nummer 1. Om de verrassing van het goocheleffect te ervaren, moeten de mensen de logica van handelen kunnen volgen. Korte onverwachte wendingen, iets abnormaals of iets humoristisch verlevendigen de presentatie. De lach van het publiek is het mooiste applaus dat je kunt krijgen.

Werk je met biljartballen dan doe je dat met een rode en twee witten of bij snooker met nog meer kleuren. Je moet iets vinden waar mensen naar blijven kijken. Het moet nieuw en anders. Bij mijn medaille act praat ik niet maar vertelt de muziek het verhaal. Muziek is zo belangrijk. Op het einde van de act krijg ik applaus. Dat doet de muziek, ik doe niets.”

Opgetreden in o.a. Monte Carlo, Parijs, Las Vegas en de ‘Magic Castle’ in Hollywood, het Mekka van de goochelwereld. Binnenkort weer eens in het Magic Art Center met als thema ‘The Living Legends on stage?


Ted blijft bezig met zijn hobby en dan vooral met speelkaarten
Favoriete boek ‘De geschiedenis van de speelkaart’. Ted geeft er lezingen over.

Ted moet weer lachen. “Nee, ik ben gestopt in 2002 in de Magic Castle in Hollywood met mijn medaille act. Ik was daar samen met Tommy Wonder, Peter Vogel en Ronald Moray. Dat was mijn grote finale en echt emotioneel, de act was je kind. Voor mijn laatste optreden zat ik eenzaam en verloren in mijn kleedkamer voor ik op moest. Ronald komt binnen en klopt op mijn schouder. Hij zei alleen maar: “Het zal best lukken”. Zo iemand snapt het, echt heel fijn.”

“Ik zag vaak genoeg voorbeelden dat ik dacht: Wat doe je nog op het podium? Dat gaat mij niet gebeuren, dacht ik dan. Maar ik heb nog mijn goochelclub, geef lezingen o.a. over de geschiedenis van de magie en van speelkaarten dus de liefde voor het goochelen is altijd gebleven. Maar ik hoef niet meer en dat geeft rust. Ik heb nog wel een leuk idee voor een optreden in het Magic Art Center. Maar dat moet een ander maar doen”. Het bijzondere van goochelen is dat het multidisciplinair is: los van de verschillende vormen van optreden, kun jij je ook uitleven in creativiteit, knutselen, lezen over historie, muzikale begeleiding enz. Nee, ik verveel me geen moment. Van dat goochelen krijg ik iedere dag nog heel veel energie!”

Marcel Verbakel
Magic with a Smile

Eerder verschenen interviews in de reeks “De weg naar het podium met …” met Scott & Muriel (ook Gouden Speld winnaar in 2019), Hans Klok, Wayne Dobson, Paul Morak, Christian Farla, Ger Copper, Alfredo Lorenzo Beautour en Issy Simpson. Deze kun je vinden onder de rubriek interviews.