Op donderdag 18 januari 2018 is Wim Eertink op 68-jarige leeftijd overleden. Binnen de goochelwereld was hij vooral onder de illusionisten een zeer gewaardeerde collega, mede om zijn grote kennis op het gebied van theatertechniek. Wim was niet iemand die de schijnwerpers zocht. Dat tekende hem als persoon.

Wim was de stille kracht achter succesvolle artiesten. Hij had een bijzondere band met Hans Klok en bedacht acts voor wereldkampioenen als Ger Copper, Sittah Koene en Marcel Kalisvaart.

De laatste jaren begeleidde hij ook Michel van Zeist. Laatstgenoemde deelt zijn herinneringen aan Wim.

“Het gaat om het plaatje, de eerste indruk.” – Wim Eertink (1949-2018)

Lieve Wim,
In januari 2011 zag ik jou voor de eerste keer. Voor zover ik me kan herinneren tenminste. Op het podium tijdens de show van die blonde illusionist gaf jij acte de présence.

wim-eertink-en-hans-klok
Wim in actie tijdens Hurricane, de show van Hans Klok die van oktober 2010 tot en met februari 2011 in de Nederlandse theaters te zien was

Een paar maanden later zag ik je opnieuw. Ditmaal tijdens het goochelconcours voor junioren in Hoogeveen. Ik probeerde met je in gesprek te komen, maar mijn overenthousiasme werkte me tegen. Toen ik je vervolgens tegenkwam op een feest en we wat uitgebreider konden praten, bleken we een soort van klik te hebben. Op het moment dat je vertelde dat je samen met je vrouw Nanny in De Lutte bij Enschede woonde, was de magie compleet. Enkele weken daarna zou ik een aantal dagen verblijven in dat Twentse dorpje aan de grens met Duitsland – dat verblijf stond al gepland. Een mooie gelegenheid om nader kennis te maken. Soms gebeuren dingen in het leven met een reden.

Op dat moment kon ik nog niet bedenken hoe belangrijk je voor mij zou worden.

Je kwam kijken bij mijn optreden in Bornerbroek. Je ongezouten kritiek na afloop maakte indruk. Ik doe de waarheid geen onrecht aan als ik zeg dat ik terneergeslagen was. Tot dan toe had ik vooral mensen in mijn omgeving gehad die me complimenten gaven en me naar de mond praatten. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Jij zei wat je dacht. Zonder dubbele agenda. Kritiek geven om iemand verder te helpen. Aardig gevonden worden was op die momenten van ondergeschikt belang.

Sinds die zomer, de zomer van 2011, trad jij op als mijn ‘magic consultant’, zoals je dat zelf noemde. Later zou ik ‘mentor’ passender vinden. Jouw adviezen besloegen na verloop van tijd immers meer gebieden dan alleen het goochelen.

Eens in de zes tot acht weken reisde ik van mijn woonplaats Veenendaal naar De Lutte. Zo’n dagje ‘Zweinstein’ verliep vrijwel altijd volgens een vast patroon. Halverwege de ochtend drukte ik het knopje van jullie deurbel in, waarna hond Teun meteen begon te blaffen. Een kopje citroenthee en een kozak – dat is een koek uit het oosten van het land, gemaakt van biscuit, jam, room, marsepein en chocola. Onder het genot van die Twentse lekkernij spraken we over de meest uiteenlopende onderwerpen: psychologie, politiek, politie en justitie, complottheorieën, religies, culturen, de Tweede Wereldoorlog, Poetin, Trump, en ga zo maar door. Regelmatig hadden we het over jouw carrière als politieagent. Je vertelde hoe je – in je eentje – een groep van ongeveer dertig vechtende jongeren onder controle kreeg. “Om succesvol als agent te zijn moet je duidelijk maken wie de macht heeft en is het belangrijk om mensen recht in de ogen aan te kijken”, legde je me uit. Je had een brede belangstelling en wist overal wel iets van. Vaak eindigden we een gesprek over maatschappelijke onderwerpen met de conclusie dat we in een idiote wereld leven. Rond het middaguur probeerde je de conversatie subtiel – en soms minder subtiel – op de goochelkunst te richten.

‘s Middags gingen we aan de slag met trucs, presentatieteksten, oneliners, noem maar op. Je stuurde me naar een logopedist, leerde me van alles over film en fotografie, en vertelde me waarom je beter geen zwarte en oranje kleding kunt dragen op het toneel. Je bracht me in contact met kleermakers, zeilmakers, leerlooiers, houtbewerkers, stoffeerders en goochelaars over de hele wereld. Als ik jouw naam noemde, waren mensen bereid om mij te helpen. Dat was de goodwill die jij in al die jaren had opgebouwd. Eenieder kreeg een glimlach op het gezicht bij het horen van jouw naam. Over magie gesproken.

Je beschouwde jezelf als amateur, maar je had een professionele benadering van het goochelvak. Je dacht groot. Heel groot. Terwijl je de kleinste details niet uit het oog verloor. Het was zelden goed of goed genoeg. Niet voor niets nam jij begin jaren negentig het goochelgedeelte van de tv-shows van Hans Kazàn voor je rekening. Met jouw hulp liet hij een olifant verdwijnen, smolt hij door staal en werden onmogelijke voorspellingen gedaan.

wim-eertink-met-vrouw
Wim goochelt samen met zijn vrouw Nanny doekjes uit een koker

Met name voor Hans Klok ben je een steun en toeverlaat geweest. Trots was je op jouw bijdragen in zijn show. Je beschouwde het als een voorrecht om – wat je noemde – ‘het circus’ van zo dichtbij mee te maken. Je herinnerde je nog dat Hans als kleine jongen bij jullie in Apeldoorn videobanden kwam kijken van legendes als Harry Blackstone en Hans Moretti. De muziek van de zwevende gloeilamp bezorgde je keer op keer kippenvel. Ook al had je die act al meer dan honderd keer gezien. Dat hij de acts van deze goochelgrootheden op latere leeftijd mocht vertonen, emotioneerde je.

Aan het einde van de middag gingen we steevast naar het Lutterzand, waar we Teun uitlieten. Als we opgingen in een gesprek, dan wilde het wel eens gebeuren dat de viervoeter van het pad raakte en hij een tijdje zoek was. Ik kan me nog die ene keer herinneren dat Teun een gigantisch maisveld in was gehold. We hebben anderhalf uur gezocht. Kort na het luchten gingen we naar de Chinees in Losser. Wat hebben we alleen al in die afhaalruimte veel zinvolle gesprekken gevoerd.

Je wilde me altijd helpen. Niets was te gek. Soms hadden we levendige discussies en waren we het niet met elkaar eens. Na verloop van tijd bleek meestal dat jij gelijk had. Je had zo bijzonder vaak gelijk.

Halverwege de avond namen we afscheid. Je liep dan mee naar buiten en sprak de legendarische woorden: “Blijf gezond.” Waarop ik dan zei: “Jij ook, Wim.” Gezond blijven, dat wenste ik je toe. Tevergeefs. Want toen was daar dat vreselijke bericht afgelopen zomer. Die genadeloze ziekte had bezit van je genomen. Het einde naderde. Bewonderenswaardig hoe rustig je daarmee omging. Bewonderenswaardig hoe je je lot accepteerde. Bewonderenswaardig hoe je samen met Nanny jullie levens zo goed als kon voortzette.

Zelfs in die laatste periode zijn we op een leuke manier met goochelen bezig geweest en hebben we mooie momenten beleefd.

Nu de spotlights uitgaan en het theatergordijn sluit, is er troost. Er is troost in die waardevolle herinneringen. Want Wim, wat was het fijn met jou.

Bedankt voor alles en rust zacht.

Michel van Zeist

speelkaart-wim-eertink
Aan het einde van de herdenkingsbijeenkomst gaf zoon John aan iedereen een speelkaart. De tekening op die kaart is ruim twintig jaar geleden gemaakt door een politiecollega en gepubliceerd in het korpsblad Collega’s met een bijzondere hobby. Wim heeft deze speelkaart nog gezien. Met een glimlach noemde hij zijn zoon ‘grapjas’.