In deze tiendelige reeks ‘Method Matters’ bespreekt Janse Heijn verschillende tactieken om het geheim van een truc (de methode) beter te verbergen. Janse Heijn is professioneel goochelaar en voorzitter van de Magische Kring Centraal Nederland.

Method Matters – Deel 5: Waar de duivel zich verstopt…

Een waarheid als een koe: als je vandaag de dag wilt weten hoe een bepaalde truc werkt hoef je alleen maar even de naam van deze truc in te typen op Google, en het geheim van deze act zal aan je worden geopenbaard. Het is vaak niet eens nodig dat de truc expliciet wordt uitgelegd; een amateurgoochelaar (of professional!) die niet goed heeft geoefend, geeft vaak al voldoende weg om de hele truc te snappen. Typ voor de aardigheid een keer ‘zombie ball’ in op YouTube en je vind een hele lijst met video’s van goedbedoelende tieners die deze illusie voor je neus verprutsen.

Nu is het niet mijn doel om in deze column om de jacht op trick trashing teenagers te openen. Goochelaars die hun materiaal onvoldoende in de vingers hebben, zijn van alle tijden en met de komst van het internet hebben zelfs de meest beruchte veiligheidsdiensten moeite met het geheimhouden van gevoelige informatie.

Wat ik vooral interessant vind is hoe je de zombie ball dan wél moet vertonen. Hoewel het geheim achter deze truc niet lastig is om uit te leggen, is het blijkbaar erg moeilijk om deze illusie overtuigend te brengen. Iemand die zichzelf jaren terug dezelfde vraag stelde was Tommy Wonder. Op zijn dvd-set “Visions of Wonder” gaat hij uitgebreid in op alle aanpassingen en technieken die hij inzet om de illusie van een zwevende bal te creëren.

Naast de subtiele mime die hij zichzelf had aangeleerd, had Tommy de attributen ook op zo’n manier vertimmerd dat het zweven veel vloeiender ging. Een klein pinnetje op de bovenkant van de bal zorgde ervoor dat het doek niet per ongeluk van de bal afgleed. Het doek dat hij gebruikte, rolde hij altijd om een koker heen zodat het niet zou kreuken; dit zou namelijk afdoen aan de illusie.

Al deze details lijken op zichzelf triviaal en verwaarloosbaar. Is het niet veel makkelijker om al deze dingen weg te laten en de truc te vertonen met de attributen zoals je die bij de dealer kunt krijgen? Wellicht, maar de som van al dit geknutsel is een veel sterkere illusie. Leken realiseren zich misschien niet dat de rand van het doek iets donkerder is zodat de vorm van de kogel iets beter uitkomt. Ze zijn zich niet bewust van de bewegingsloze manier waarop Tommy’s vingers de rand van het doek vasthouden, maar… wat ze zien is –alles bij elkaar – een stuk onverklaarbaarder en mysterieuzer dan de ‘standaard zombie ball’.

Een ander voorbeeld van hoe betekenisvol details kunnen zijn, is de zigzag illusion. Hierbij wordt een dame in een rechtopstaande kist gestopt. Deze kist wordt vervolgens op twee plekken doorgezaagd en het middelste deel wordt opzij geschoven waarmee het middenrif letterlijk uit de rest van het lichaam wordt getrokken. De zigzag-illusie is zo’n populaire truc geworden dat er allerlei afgeleide varianten van op de markt zijn verschenen: van zigzag speelkaarten tot zigzag frisdrankblikjes. Er is zelfs een tijd lang een zigzag-illusie voor Rocky Raccoon op de markt geweest.

De oorspronkelijke zigzag-illusie werd bedacht door de Britse illusionist Robert Harbin. Naar verluid heeft hij vele jaren aan deze truc gewerkt en in die periode verschillende versies gebouwd. Zijn definitieve versie bevatte allerlei subtiliteiten die het publiek ervan overtuigen dat de vrouw écht in drie stukken wordt gezaagd. De manier waarop deze kist is gedecoreerd – met het silhouet van een vrouw – is niet toevallig gekozen, bovendien zitten er op verschillende plekken gaten in de kist waardoor het publiek kan zien (en voelen!) dat het lichaam van de assistente zich voor één-derde op een andere plek bevindt.

Tegenwoordig is het de norm om illusies op muziek te vertonen, maar Harbin bracht deze truc met een mondelinge presentatie. Een vrijwilliger uit de zaal mocht alles controleren en mocht zelfs helpen met het verschuiven van het middelste deel. Alle mogelijke methodes (spiegels, een tweede assistente, een slangenmens, valse lichaamsdelen) werden op die manier stuk voor stuk ontkracht. Wat overbleef, vormde een ijzersterk mysterie.

Ik zag laatst een jonge goochelaar op het podium een variant van de zigzag-illusie vertonen. Zijn act was best amusant, maar de kist die werd gebruikt zat bij lange na niet zo slim in elkaar als de kist die Harbin ooit bouwde. Bij de oorspronkelijke versie kon iemand pal naast de illusie staan en nog steeds niet doorhebben hoe deze werkte. Bij de zigzag van de jonge goochelaar kon je het geheim van deze illusie vanuit de zaal al zien. Het was dezelfde truc, maar veel minder goed afgewerkt. Zo blijkt maar weer: the devil is in the details…

Bronnen:
Tommy Wonder: Visions of Wonder, L&L publishing. DVD-set bij verschillende dealers verkrijgbaar
Op YouTube zijn opnames te vinden van Harbin’s versie van ZigZag