In deze tiendelige reeks ‘Method Matters’ bespreekt Janse Heijn verschillende tactieken om het geheim van een truc (de methode) beter te verbergen. Janse Heijn is professioneel goochelaar en voorzitter van de Magische Kring Centraal Nederland.

Method Matters – Deel 1: Tunnelvisie

Bij de Essential Magic Conference in 2011 was één van de sprekers de Schotse wetenschapper Peter Lamont, die onderzoek doet naar de psychologie van het goochelen. Tijdens deze lezing liet hij beelden zien van een zeer doortrapt experiment, dat hij zes jaar daarvoor had bedacht voor de BBC. In dit experiment kregen twee groepen jongeren onafhankelijk van elkaar dezelfde goocheltruc te zien. De ene groep bestond uit jonge goochelaars, de ander groep bestond uit leken. De truc die vertoond werd was een eenvoudige versie van de ambitious card routine, waarbij de gekozen speelkaart telkens weer bovenop het kaartspel verschijnt.

Na afloop van het experiment werd beide groepen gevraagd om de truc te verklaren. Het opvallende was dat de leken met de juiste oplossing kwamen, terwijl de jonge goochelaars in de andere groep er compleet naast zaten. De goochelaars, die uiteraard allemaal bekend waren met het effect, waren er blind vanuit gegaan dat bij de vertoning dezelfde principes werden gebruikt als die ze zelf toepasten bij dat soort trucs. Een aantal van de leken was het daarentegen opgevallen dat de beeldzijde van de speelkaarten nooit werd getoond. Zij trokken daaruit de conclusie dat het kaartspel moest bestaan uit 52 keer dezelfde kaart – een one way deck. En dat was ook zo.

Zo’n experiment geeft een hoop stof tot nadenken. In de eerste plaats mogen we volgens mij wel stellen dat goochelaars net zo vatbaar zijn voor tunnelvisie als gewone stervelingen. In de tweede plaats moeten we ons afvragen hoe we voorkomen dat we onze ‘lekenbril’ kwijtraken. Hoe meer geheimen we leren, hoe moeilijker het wordt om als een leek te redeneren. Dat is onhandig, want: hoe beter we de denkpatronen van gewone mensen kennen, des te onverklaarbaarder kunnen we onze trucs maken. In plaats daarvan zouden we kunnen nadenken over manieren waarop we dit soort tunnelvisie kunnen uitbuiten.

Die laatste gedachte is niet zo obscuur als hij op het eerste gezicht lijkt; een hoop goochelaars zijn hier –bewust of onbewust- al mee bezig. Een bekend voorbeeld: veel goochelaars stropen hun mouwen op voordat ze een klein voorwerp (b.v. een munt) laten verdwijnen. Ze weten uit ervaring dat de mouw voor leken een goede verstopplek lijkt, dus ontkrachten ze die verklaring door deze optie aan het begin al uit te sluiten.

Maar nu een meer ingewikkeld voorbeeld: bij trucs die draaien om gedachtenlezen wordt vaak gebruik gemaakt van een peek; de goochelaar bekijkt stiekem informatie die een toeschouwer ergens heeft opgeschreven. Zelf heb ik een aantal trucs in mijn repertoire waar sprake is van een peek. Tijdens mijn presentatie van dit soort trucs acteer ik vaak dat ik de lichaamstaal van de toeschouwer probeer te lezen. Het valt mij altijd op hoeveel mensen zonder meer aannemen dat ik écht aan hun houding en gezichtsuitdrukking kan zien wat ze denken.

Nu zou je kunnen zeggen: tsja, mensen zijn nu eenmaal goedgelovig. Geef ze een plausibele verklaring en ze nemen die aan. Maar zo eenvoudig ligt het volgens mij niet. Stel dat ik een gewone toeschouwer twee opties geef: (1) ik wist wat hij of zij dacht omdat ik zijn lichaamstaal correct had gelezen, of (2) ik wist het omdat ik terloops heb gespiekt wat hij of zij had opgeschreven. Met beide opties op tafel gok ik dat de meeste mensen zullen zeggen dat een peek veel waarschijnlijker is.

Wat drijft mensen ertoe om een voor de hand liggende methode af te wijzen in ruil voor een meer obscure verklaring? Waarschijnlijk dezelfde reden waarom de jonge goochelaars iets eenvoudigs als het one way deck compleet over het hoofd zagen. Vanaf het moment dat ik subtiel interesse lijk te tonen in de lichaamstaal van mijn vrijwilliger gaan toeschouwers extra op mij letten. Als een toegewijde speurhond volgen ze enthousiast het dwaalspoor dat ik voor hen uitleg en vergeten op dat moment dat er betere verklaringen zijn. Tegen de tijd dat ze erachter komen dat lichaamstaal lezen ook niet de juist verklaring kan zijn is het bewijsmateriaal van de peek al lang uit het zicht. De Engelsen noemen zoiets een ‘Red Herring’.

Als goochelaars kunnen we slachtoffer worden van tunnelvisie. Of… we kunnen het inzetten als hulpmiddel om de toeschouwer in het duister te laten tasten. Het lijkt een vrije keuze…

Bronnen:
Peter Lamont: Defining the Effect – Lezing bij de Essential Magic Conference 2011
dvd-set verkrijgbaar via: Essential Magic Collection Estudio 33